Agrarisch natuur- en landschapsbeheer in Brabant

Boeren in de rij om natuur te maken

Wat zit daar achter?

Van “missiewerk” naar wachtlijst
Als veldmedewerker heb ik een ogenschijnlijk simpele opdracht: het beschikbare budget voor agrarisch natuurbeheer omzetten in goede contracten met boeren. Samen kijken we hoe we een beheerplan opzetten dat twee dingen doet: de biodiversiteit vergroten én passen binnen het bedrijf.

Toen we rond 2015 begonnen, was dat best spannend. Er was wel budget, maar weinig boeren die agrarisch natuurbeheer kenden, laat staan er enthousiast over waren. Het voelde als missiewerk om dat geld weggezet te krijgen.

Tien jaar later is het beeld totaal anders. In ons collectief hebben we in die periode gemiddeld zo’n 1,8 miljoen euro per jaar aan beheer vergoed. Je zou denken: het laaghangend fruit is nu wel geplukt. Maar niets is minder waar. In de laatste ronde was de extra 2 miljoen euro al vergeven voordat de campagne goed en wel van start was. De belangstelling van boeren is groter dan het budget.
Dit roept een interessante vraag op: waarom doen zoveel boeren dit zo graag?

Boeren houden van weidevogels
De meeste boeren zijn van nature fans van weidevogels. Ze koesteren de weidevogels en vinden het mooie dieren, die bij het boeren leven horen.
Toen de boeren tot ondernemers gebombardeerd werden (vanaf de jaren 60 van de vorige eeuw) ging het fout. Het kapitaal kwam voorop te staan en dan weet je wat er gebeurt met alles wat kwetsbaar is en waar je geen waarde in geld aan kunt hangen…

Het verschil tussen boer of ondernemer is niet alleen economisch, maar zit ook in hoe ze leven en kijken naar het land. Goed rentmeesterschap laat zich niet vangen in een boekhoudprogramma. De boer staat met twee voeten in het land. De ondernemer staat vooral met twee ogen in de boekhouding.
Prof. Dr. Jan Douwe van der Ploeg (2017) wist het verschil tussen boer en ondernemer treffend te verwoorden in zijn afscheidsrede. Woorden uit het hart gegrepen!

Netjes voor de boer, kaal voor de ecoloog
Natuurbeheer begint met anders leren kijken. Een perceel dat “netjes” is voor de boer, kan voor een ecoloog juist leeg aanvoelen. Omgekeerd kan een perceel dat voor een ecoloog prachtig is, voor een boer voelen als rommelig en productieverlies.
Juist daar ontstaan de gesprekken die ertoe doen.
Daarom organiseert ons collectief regelmatig infoavonden en demo-dagen in het veld.
Dit is leerzaam, want ook agrarisch natuurbeheer moet je leren. Jarenlang had ons collectief een demoveld, met kijkdagen. Die trokken veel bezoekers en droegen eraan bij, dat agrarisch natuurbeheer in onze regio een succes werd.

Tijdens zo’n kijkdag vroeg ik aan een groep boeren: “Hoe zou het komen dat de meeste boeren van de weidevogels houden?”
Antwoorden waren: “Het zijn toch mooie vogels”. “Ze doen niemand kwaad”. “Ze horen bij het land en ik word er blij van als ik ze weer hoor in de lente”.
“Mooie antwoorden”, zei ik, “Bovendien horen tegenwoordig zowel de boer als de weidevogels tot een bedreigde soort!”
Waarop boer Bert uit de Reek heel gevat antwoordde: “En dat schept een band!”
Hij sloeg de spijker op de kop. Boeren herkennen iets van zichzelf in die kwetsbare vogels. Ze zijn beide afhankelijk van het land, het weer en van een maatschappij die soms hard kan zijn.
Dit is mijns inziens een belangrijke intrinsieke reden voor veel boeren, om met plezier mee te doen met agrarisch natuurbeheer.

Vanuit de ‘groene hoek’ hoor en zie ik regelmatig, mensen die zich verkneukelen bij het zien van een predator die een jong haasje of weidevogelkuikens aan stukken scheurt. Dat is óók natuur, zeggen ze dan, en dat klopt. Maar voor veel boeren voelt dit heel wrang. Jarenlang investeren in natuurbeheer en dan ruïneert een vos of kraai in een paar tellen de oogst van dat werk.
Mijn ervaring: als boer én natuuractivist elkaars emoties en belangen herkennen, wordt het gesprek eerlijker én beter. Je hoeft die spanning niet weg te poetsen; je moet haar serieus nemen.

Boeren houden van weidevogels en zien met lede ogen
gebeuren dat hun werk van jaren in enkele minuten verloren gaat!

Boer als aannemer.
Ik zie de boer als een aannemer. De maatschappij vraagt om natuur en biodiversiteit, en de boer levert die als dienst. Daar hoort een reële vergoeding tegenover te staan. Dat is geen subsidie, maar een markconforme vergoeding voor een ecosysteemdienst. Het salaris van onderwijzer, ambtenaar en politieagent is immers ook geen subsidie, maar een vergoeding voor geleverde diensten.
Agrarisch natuurbeheer zie ik tevens als een extra mogelijkheid om op een prettige manier boer te blijven. Een goede zaak, want ik zie graag méér boeren en niet minder.

Beter één boer in het land dan tien op de vlucht!

Miljoen hectare verloren voor natuur
In Nederland heeft circa 1,8 miljoen hectaren landbouwgrond. Dat is ongeveer 54% van het landoppervlak (Bron CBS 2024)
De boeren vormen hiermee een substantiële partij om natuur en landschap te ontwikkelen en beheren. Daar kun en mag je niet omheen willen. Dit zou immers betekenen dat er een kleine miljoen hectares verloren gaan voor natuur.

Voor de achterban van Nature Today is het misschien verleidelijk om vooral te kijken naar hectares natuurgebied, beschermingsplannen en soortenlijsten. Voor BoerenNatuur staat juist de boer centraal, als drager en hoeder van het landschap.
Die twee werelden hebben we mijns inziens beide hard nodig. Ze kunnen elkaar beter versterken dan bevechten want:

  • Zonder ecologische kennis geen effectief agrarisch natuurbeheer.
  • Zonder boeren geen beheer van het grootste deel van ons landelijk gebied.

Samen kunnen we het verschil maken.
BoerenNatuur maakt het belang van boeren als producent van voedsel èn natuur zichtbaar.

Door Jan Ottens
Veldmedewerker collectief BoerenNatuur Brabant Oost