Agrarisch natuur- en landschapsbeheer in Brabant

Previous slide
Next slide

Leergang Kringlooplandbouw Duinboeren en de BBM-kengetallen

De BBM-score is opgebouwd uit 13 KPI’s en 9 daarvan zijn afgeleid van de bedrijfsresultaten zoals die zijn vastgelegd in de Kringloopwijzer. Wat is de te verwachten invloed van deze leergang op deze 9 KPI’s?

Situatie 2022 van een van de Duinboeren

% BG                         54%

% eiwit EIGEN         55%

N-overschot/ha        107

CO2/FPCM               1066

NH3/ha                      41

kg N kunstmest        77

P2O5-overschot/ha -10

weidegang                720

gRE/kg ds                 164

Melk uit ruwvoer

De meest duidelijke effecten van de leergang zijn de volgende: De kern van kringlooplandbouw is gelegen in het feit dat koolstof (C) de basis is voor de verduurzaming van de landbouw. Daarvoor is het noodzakelijk om de rol van stikstof (N) weer terug te brengen naar natuurlijke waarden, zowel in het voer als in de mest. Hierdoor krijgt de koe weer de gelegenheid om dát te doen waar ze goed in is: “melk maken uit ruwvoer”. Door de intensivering en schaalvergroting in de melkveehouderij is dit duidelijk verminderd en wordt er meer melk geproduceerd uit krachtvoer. 


Hoger % eiwit uit eigen voer

De 1e uitdaging is om de melkproductie uit ruwvoer per bedrijf te optimaliseren, passend bij de kwaliteiten van de ondernemer. Om meer melk te produceren uit eigen voer is het nodig om mínder en mínder eiwitrijk krachtvoer te gebruiken. Dit leidt tot een ‘hoger % eiwit uit EIGEN VOER’ en ‘lager gRE/kg ds in het jaarrantsoen’.


Stikstof uit de bodem en uit dierlijke mest

De 2e uitdaging zit in het beter benutten van het Stikstof Leverend Vermogen (= NLV) van de bodem en het beter benutten van de aan te wenden dierlijke mest. Hiervoor is het noodzakelijk dat er minder kunstmest-N gebruik wordt. Voor veel boeren is dit een lastig punt, want als dit kan dan betekent dit dat ze afgelopen jaren te veel kunstmest hebben gebruikt. Ja dat is zo! Het toepassen van klaver en kruiden in het grasland kan hierbij behulpzaam zijn. Dit leidt tot een lager “N-overschot/ha”, minder ‘ammoniak/ha’ en lager ‘kunstmest gebruik/ha’.

Bodemverbetering door blijvend grasland
Op termijn is de verwachting dat het aandeel ”Blijvend Grasland” toeneemt omdat dit gewas als enige de bodemkwaliteit verbetert. Het organische stofgehalte in de bodem stijgt en daarmee wordt veel C vastgelegd. Het is dan te verwachten dat de ‘CO2-emissie per kg FCPM’ vermindert.

Vers gras is efficiënt

De 3e uitdaging zit in het gegeven, dat melkproductie uit vers gras het meest efficiënt is (daarna komt geconserveerd ruwvoer en als laatste krachtvoer). Dit geldt zowel voor het milieu als ook voor de economie op het bedrijf. Hierdoor zal het “aantal uren weidegang” toenemen.

Loslaten is moeilijk

Meer weidegang betekent voor de boer ‘meer overlaten aan de omstandigheden’ en daardoor minder grip op het verloop van de melkproductie. Veel boeren vinden dit (iets) meer loslaten moeilijk. Daarvoor hebben boeren elkaar nodig.

Afb: Geconserveerd ruwvoer is een goed alternatief voor vers gras als dat niet beschikbaar is (foto: M.Leesberg)